8:30 BEGINNEN IS NIET IN HET BELANG VAN HET KIND
De maatregel dat het eerste uur 8:30 begint dient veel middelbare scholieren niet. Misschien is het handig voor de docent, voor de ouder, voor het systeem, maar het is niet in het belang van de leerling.


De wet zegt het zo:

• Het bevoegd gezag en de medezeggenschapsraad komen bijeen, indien daarom met reden wordt verzocht door de medezeggenschapsraad, een geleding of het bevoegd gezag.
• De medezeggenschapsraad en een geleding zijn bevoegd tot bespreking van alle aangelegenheden, die de school aangaan. De medezeggenschapsraad en een geleding zijn bevoegd over deze aangelegenheden aan het bevoegd gezag voorstellen te doen en standpunten kenbaar te maken. Het bevoegd gezag brengt binnen drie maanden een schriftelijke en met redenen onderbouwde reactie uit op de voorstellen. Alvorens de schriftelijke reactie stelt het bevoegd gezag de medezeggenschapsraad of de geleding in de gelegenheid met hen overleg te plegen over de betreffende voorstellen. 



nog verwerken

WELKE RECHTEN HEB JE ALS MR-LID? 

het initiatiefrecht
het informatierecht
het instemmingsrecht
het adviesrecht

INITIATIEFRECHT (ARTIKEL 6)
Het initiatiefrecht betekent dat leerlingen, via de MR, alle onderwerpen die met school te maken hebben op de agenda kunnen plaatsen. Denk aan:
het lesrooster, de hoeveelheid huiswerk, strafprocedures, evaluatie van docenten enz.


Officieel

http://wetten.overheid.nl/BWBR0020685/2018-01-01#Hoofdstuk2

Hoofdstuk 2. Algemene bevoegdheden, taken, en informatierechten

Artikel 6. Algemene bevoegdheden medezeggenschapsraad en vertegenwoordiging bevoegd gezag

·         1Het bevoegd gezag en de medezeggenschapsraad komen bijeen, indien daarom onder opgave van redenen wordt verzocht door de medezeggenschapsraad, een geleding of het bevoegd gezag.

·         2De medezeggenschapsraad en een geleding zijn bevoegd tot bespreking van alle aangelegenheden, de school betreffende. De medezeggenschapsraad en een geleding zijn bevoegd over deze aangelegenheden aan het bevoegd gezag voorstellen te doen en standpunten kenbaar te maken. Het bevoegd gezag brengt op de voorstellen, bedoeld in de tweede volzin, binnen drie maanden een schriftelijke, met redenen omklede reactie uit aan de medezeggenschapsraad respectievelijk de geleding. Alvorens over te gaan tot het uitbrengen van de in de vorige volzin bedoelde reactie, stelt het bevoegd gezag de medezeggenschapsraad respectievelijk de geleding ten minste eenmaal in de gelegenheid met hem overleg te plegen over de voorstellen, bedoeld in de tweede volzin.

-------------------------------------------
30 414
Nieuwe bepalingen met betrekking tot medezeggenschap op scholen als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs (Wet medezeggenschap op scholen)


nr. 29
AMENDEMENT VAN HET LID SLOB

Ontvangen 31 mei 2006

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel 6, tweede lid, wordt de eerste volzin vervangen door twee volzinnen, luidende:

De medezeggenschapsraad is bevoegd tot bespreking van alle aangelegenheden, de school betreffende. Een geleding is bevoegd tot bespreking van de aangelegenheden die de betrokken geleding of raden in het bijzonder aangaan.


Toelichting

Met dit amendement wordt het initiatiefrecht van de afzonderlijke geledingen, zoals deze is voorgesteld met de nota van wijziging, beperkt tot de aangelegenheden die de betrokken geleding of raden in het bijzonder aangaan. Doel daarvan is te voorkomen dat door gebruik van het initiatiefrecht op aangelegenheden die de betreffende geleding niet bijzonder aangaat, maar wel een andere geleding, de onderlinge verhoudingen polariseren en onnodig afbreuk wordt gedaan aan het uitgangspunt van gezamenlijke medezeggenschap.


Recht op overleg
De (G)MR of een geleding heeft het recht om met het bevoegd gezag te overleggen over alle zaken die met school te maken hebben. De reden voor het overleg moet worden vermeld. Indien een geleding apart overleg wenst, dan moet ten minste twee derde van de leden van de (G)MR en de meerderheid van de geleding hier voor zijn.
Artikel 15 Overleg met bevoegd gezag

1.  Het bevoegd gezag en de MR komen bijeen, indien de MR, een geleding van de MR of het bevoegd gezag daarom onder opgave van redenen verzoekt.

 

2.  Indien twee derde deel van de leden van de MR en de meerderheid van elke geleding dat wensen, voert het bevoegd gezag de in het eerste lid bedoelde bespreking met elke geleding afzonderlijk.